
Ben je begonnen met breien en kom je woorden tegen die je nog nooit hebt gehoord? Dan ben je niet de enige! Voor veel beginners voelt een breipatroon alsof het in een andere taal is geschreven. Daarom heb ik deze uitgebreide brei woordenlijst gemaakt met meer dan 35 duidelijke termen, technieken en afkortingen. Of je nu je eerste sjaal breit of net je allereerste steken hebt opgezet: met deze lijst begrijp je eindelijk wat er bedoeld wordt in patronen, tutorials en YouTube-video’s.
Basisbegrippen
Steek
Een lus op je breinaald. Elke steek brei je één keer om je werk te vormen.
Toer / Rij
Een complete reeks steken van links naar rechts. Daarna draai je je werk om.
Omslag (YO)
De draad één keer om de naald slaan. Zo maak je een nieuwe steek of creëer je een gaatje in kantpatronen.
Garen
De draad waarmee je breit. Komt in verschillende diktes (ook wel “weights”), materialen en structuren.
Breinaalden
Naalden waarmee je breit. Verkrijgbaar als rechte, rondbreinaalden en sokkennaalden.
Naalddikte
De dikte van de breinaald, vaak aangegeven in millimeters. Hoe dikker de naald, hoe groter de steken.
Basissteken
Rechte steek (knit stitch)
Je steekt de naald van voor naar achter in en trekt de draad door. Vormt “V'tjes”.
Averechte steek (purl stitch)
De draad ligt aan de voorkant. Hiermee ontstaat een boller patroon.
Gartersteek (Ribbels)
Elke toer recht breien. Krult niet op.
Tricotsteek (Stockinette stitch)
Eén toer recht, één toer averecht. Gladde voorkant, bobbelige achterkant.
Ribbelsteek
Afwisselen tussen recht en averecht in één toer. Geeft elastisch effect (bijv. 1 recht, 1 averecht).
Moss stitch / Zadensteek
Afwisselen tussen recht en averecht, maar verschoven per toer. Fijne structuur.
Steken, maten & telwerk
Stekenproef / Proeflapje (Gauge swatch)
Een lapje dat je breit om te kijken hoeveel steken je per 10 cm breit. Heel belangrijk voor kleding!
Stekenteller
Een klein hulpmiddel om bij te houden hoeveel toeren je hebt gebreid.
Aanslaan (Cast on)
Het maken van de eerste steken op je naald. Er zijn verschillende methodes, o.a. lange-draad-opzet en duimopzet.
Afkanten (Bind off)
Stappen om je breiwerk netjes te beëindigen zodat de steken niet losraken.
Meerdering (Increase)
Het toevoegen van extra steken. Veelvoorkomende termen: M1L, M1R, Omslag.
Mindering (Decrease)
Het verminderen van steken. Bijvoorbeeld: 2 recht samen (k2tog) of SSK.
Hulpmiddelen
Schaartje
Voor het afknippen van je draad.
Stopnaald / Wolnaald
Dikke naald met groot oog, perfect voor het wegwerken van draadjes of het aan elkaar naaien van breidelen.
Stekenhouder / Veiligheidsspeld
Om steken tijdelijk opzij te houden, bijvoorbeeld voor een hals of mouw.
Steekmarkeerders
Kleine ringetjes of clipjes om belangrijke punten in je werk aan te duiden (bijv. begin van de toer).
Meetlint
Onmisbaar om opmeten van je breiwerk.
Naaldmeter
Een kaartje met gaatjes waarmee je controleert welke maat breinaald je hebt.
Soorten naalden
Rechte breinaalden
Ideaal voor beginners, geschikt voor platte projecten.
Rondbreinaalden
Twee punten met een kabel ertussen. Geschikt voor zowel rond als plat breien.
Sokkennaalden (DPN’s)
Set van 4 of 5 korte naalden voor kleine ronde projecten zoals sokken of mouwen.
Draad & materialen
Acryl
Synthetisch, licht en makkelijk te wassen.
Wol
Warm, soepel en veerkrachtig. Perfect voor winterprojecten.
Katoen
Stevig en koel. Fijn voor zomertops en pannenlappen.
Wol-acryl mix
Ideaal voor beginners: niet te glad, vergevingsgezind en betaalbaar.
Garengewicht (Yarn weight)
De dikte van het garen. Voorbeelden: DK, Aran, Bulky, Super Bulky.
Breitechnieken
In de rondte breien
Breien zonder naden, perfect voor mutsen, truien en sokken.
Fair Isle / Ingeweven kleurwerk
Meerdere kleuren in één rij breien.
Jacquard
Ook kleurwerk, maar met langere draden aan de achterkant.
Kantbreien (Lace)
Fijn, luchtig breiwerk met gaatjes en patronen.
Kabels (Cables)
Delen van steken kruisen waardoor gedraaide patronen ontstaan.
Patronen & afkortingen
K2TOG
Twee steken samen breien (mindering).
SSK
Twee steken afzonderlijk afhalen en samen breien (mindering).
M1L / M1R
Meerderingen naar links of rechts.
RS / WS
Right side (good side) / Wrong side (inside).
Tension
Je handspanning tijdens het breien.
Pattern repeat
Het deel van een patroon dat je steeds herhaalt.
Waarom deze woordenlijst nuttig is voor beginners
Breien is ontzettend leuk, maar de taal van het breien kan in het begin best verwarrend zijn. Een duidelijke woordenlijst voorkomt frustratie, maakt patronen leesbaar en geeft beginners vertrouwen.
Met deze woordenlijst begrijp je voortaan precies wat er in breipatronen staat en kun je veel sneller leren. Sla deze pagina op, zodat je altijd kunt terugzoeken als je even vastloopt.
Wil je nóg meer leren? Bekijk dan ook mijn andere blogs over:
• beginnen met breien
• welke naalden je nodig hebt
• welke wol geschikt is voor starters
• eenvoudige eerste projecten
reacties op “Uitgebreide Brei Woordenlijst voor Beginners – 35+ Termen Uitgelegd”